wandelen in Nieuw-Zeeland, deel 4

28 februari 2017 – 26 maart 2017

Tararua Forest Park

Nieuw-Zeeland heeft iets met wezels, egeltjes, muizen en buidelratten. Of beter: het heeft er iets tégen. Deze dieren, het een al met een hogere aaibaarheidsfactor dan het ander, zijn nl. onterecht in het land binnen geraakt en verstoren de inheemse flora en fauna. Bij gebrek aan natuurlijke vijanden is het dus aan de natuurminnende mens om in te grijpen, wil men op termijn nog wat van de oude ecosystemen overhouden. Je kan gerust zeggen dat pestbestrijding een obsessie is geworden waarvoor kosten, noch moeite worden gespaard: er is geen natuurgebied waar geen gif wordt gestrooid of vallen worden uitgezet. Een lugubere gedachte eigenlijk, ook al is het voor de goede zaak. Wanneer we in het Tararua Forest Park de driedaagse Mount Holdsworth – Jumbo Track gaan wandelen, heeft men de grove middelen ingezet: twee dagen lang vliegen helikopters af en aan om gifbrokjes in dit enorme gebied te droppen. Net als wij profiteren de natuurbeschermers van het heldere en vooral windstille weer. In de Tararuas kan de wind nl. zo lelijk tekeergaan, dat je op de bergkam, waarop dag twee ons van magnifieke uitzichten laat genieten, enkel op handen en knieën vooruitkomt. Je zou trouwens de eerste niet zijn die de afgrond wordt ingeblazen en het niet overleeft. Geen grap.

de top van Mount Holdsworth in zicht

de top van Mount Holdsworth in zicht

Maar voor ons dus niets van dat soort akelige dramatiek, alleen het tsjoptsjoptsjoptsjop van de gifdropper. Ons wildernisgevoel wordt er niet meteen door aangewakkerd, maar eens we ons hebben overgegeven aan het bos en de steile klim naar de boomgrens, valt alles in z’n plooi. De begroeiing verandert van weelderig groen naar knoestig en verweerd. Eens aanbeland in een omgeving van taaie struiken, grassen en mossen, staat daar de Jumbo Hut eenzaam op ons te wachten. Het is het soort hut waarin een mens zich terugtrekt om in alle rust hemelse symfonieën te componeren of literaire meesterwerken te schrijven, letterlijk en figuurlijk neerkijkend op het wereldse gewemel van ginder beneden. Dat we vannacht de hut voor onszelf hebben, maakt dat romantische gevoel alleen maar intenser, al zullen die symfonieën en literaire kleppers voor een andere keer zijn. We stoken een knetterend vuurtje om de kilte van de avond te verdrijven en zien na verloop van tijd zowel beneden als boven ons kleine lichtjes aangaan. Beneden zijn dat de flikkerende straatlantaarns van Masterton, Carterton en Featherston; boven ons de ongewoon indrukwekkende sterrenhemel van het zuidelijk halfrond.

Jumbo Hut

Jumbo Hut

wegdromen in Jumbo Hut

wegdromen in Jumbo Hut

‘s Anderendaags krijgen we het traject op de bergkam, met aan de ene kant de woestenij van nog meer bossen en bergen en aan de andere kant het uitgestrekte, ontgonnen boerenland in de diepte. In theorie neemt deze etappe zo’n drie à vier uur in beslag, maar wij weten het te rekken tot een heel eind in de namiddag: een oefening in traagheid om fier op te zijn. Onderweg kruisen we een groep pubers op schooluitstap die vanavond de Jumbo Hut zullen gaan overbevolken. We tellen meer wandelaars dan er bedden zijn, dus dat wordt proppen. In Powell Hut is gelukkig plaats zat. We krijgen er gezelschap van een handvol Kiwi trampers, enkele Australiërs en een Canadese: gezellig volk, al is eenzaam en alleen een stuk leuker. Dolen in de wildernis maakt de innerlijke stilte op zo’n aangename manier in je wakker dat de behoefte aan menselijk gezelschap en het bijhorende blablabla tot een ienieminimum wordt herleid. Worden we zelfs een beetje mensenschuw?

links de vlakte, rechts de wildernis

links de vlakte, rechts de wildernis

Mount Egmont National Park

De saaie naam die ontdekkingsreiziger James Cook aan deze slapende vulkaan gaf, doet de mooiste berg van Nieuw-Zeeland oneer aan. De Maori’s noemen hem Mount Taranaki, een vrolijke naam met klaterende klinkers, die volgens ons veel beter past bij deze ogenschijnlijk perfect kegelvormige berg. Wanneer je het nationaal park binnendringt, ontdek je gauw dat de Taranaki in werkelijkheid erg ruw is en vergeven van diepe erosiegeulen, uitstulpende rotsformaties, ingesleten rivierdalen en machtige watervallen. Het Pouakai Circuit, een driedaagse tocht in het noordoostelijk deel van het gebied, is dan ook een van de meest complete wandelingen die we in Nieuw-Zeeland maken.

kliffen en erosiegeulen op Mount Taranaki

kliffen en erosiegeulen op Mount Taranaki

Dawson Falls

Dawson Falls

De lusvormige route klimt langs de flank van de vulkaan tot boven de boomgrens eerst naar Holly Hut, om vervolgens door het moeras van Ahukawakawa naar de Pouakai Range te kronkelen. Omdat het de voorbije dagen hard geregend heeft, is het waterpeil in het moeras flink gestegen. De knuppelpaden die wandelaars normaal gesproken voor natte voeten behoeden, staan onder water en ook de paden naar de Pouakai Range zijn extra modderig. We wringen ons langs de struiken aan de rand van het pad om aan het ergste geploeter te ontsnappen. Vanaf het balkon van de Pouakai Hut zien we de kust en het uitgestrekte vlakke land in het noorden. Mount Taranaki is hier uit het zicht verdwenen, maar dat wordt de volgende dag ruimschoots goedgemaakt. Na ongeveer twintig minuten stappen komen we bij enkele rimpelloze bergmeertjes, waarin de prachtige berg perfect weerspiegelt. Niet één Taranaki dus, maar twee! Wanneer we ons omdraaien zien we boven het wolkendek dat zich boven de vlakte heeft gevormd de pieken van het Central Plateau uittorenen. Daar gaan we binnen enkele dagen het Tongariro Northern Circuit stappen. Maar eerst nog even deze driedaagse afmaken. Het pad, dat enkele jaren geleden een serieuze upgrade kreeg en sindsdien een aaneenschakeling is van onregelmatige trappen, komt vooral bij het afdalen hard aan voor de knieën. Maar ondertussen lijken we tegen een stootje te kunnen. Na een warme douche ’s avonds op de camping van Stratford zijn we als herboren en helemaal klaar voor onze laatste meerdaagse.

naar het moeras van Ahukawakawa

naar het moeras van Ahukawakawa

in tweevoud

in tweevoud

Tongariro National Park

Een hogedrukgebied dat koppig blijft hangen zorgt voor een prima weertje in het Tongariro National Park. Bij liefhebbers van The Lord of the Rings doet het misschien pijn aan de ogen dat Mordor er voor de verandering eens vredevol bij ligt. Maar er blijft genoeg ruigheid over! Het filmdecor is in het echt trouwens pakken indrukwekkender, en – anders dan in de cinemazaal – houden we het op het Tongariro Northern Circuit met gemak tot het einde vol. Deze Great Walk heeft z’n etiket nl. niet gestolen en vormt het gedroomde slotakkoord van deze Nieuw-Zeelandreis.

kamperen aan Mangatepopo Hut

kamperen aan Mangatepopo Hut

Na een rustig aanloopje tot Mangatepopo Hut op de eerste dag, beginnen we dag twee met een traject dat samenvalt met de Tongariro Alpine Crossing: volgens TripAdvisor de populairste dagwandeling van het land. We delen rokende kraters en helderblauwe bergmeren in het door mineralen gekleurde, vulkanische landschap met hordes dagjesmensen, maar eens we ons uit dit rijtje mieren hebben losgerukt, krijgen we de ruimte die je je voorstelt bij deze imposante brok natuur.
Nadat we aan de Emerald Lakes de afslag hebben genomen naar de Oturere Valley hebben we het maanlandschap met gestolde lavastromen gewoon voor onszelf. We krijgen Mount Ruapehu nu goed in het vizier, met z’n 2.797 meter de hoogste van de drie bekende toppen in het park en goed voor een spectaculaire uitbarsting in september 2007. Zijn kleinere broertjes zijn Mount Tongariro en Mount Ngauruhoe (alias Mount Doom), resp. 1.978 en 2.291 meter hoog en het laatst uitgebarsten in 2012 en 1977. Om maar te zeggen dat het hier af en toe serieus rommelt. Dat de hutbewaarder van Waihohonu Hut z’n gasten tips geeft voor het geval er eentje ontploft, is ondanks de luchtige toon van z’n praatje dus serieus te nemen. Zelf dagdroomt hij over een stevige uitbarsting, want vanuit de hut is het uitzicht op zowel Mount Ruapehu als Mount Ngauruhoe fenomenaal. Maar het mag niet zijn. In plaats van roodgloeiende lava en zwarte rookpluimen krijgen we stugge rotsplantjes en massa’s bloeiende gentianen wanneer we de volgende dag terug naar Whakapapa Village stappen. Daar valt ook mee te leven. Zeker wanneer we bedenken dat we straks weer terug zijn in ons propvolle kikkerlandje. Hoe gaan we ons daar ooit nog thuis voelen?

pitstop aan de Emerald Lakes

pitstop aan de Emerald Lakes

ruig landschap in Oturere Valley

ruig landschap in Oturere Valley

gentiaan in bloei

gentiaan in bloei

Groetjes,

Bianca & Dirk

kliffenkust nabij Hawera

kliffenkust nabij Hawera

Nieuw-Zeelands vlas bij zonsondergang

Nieuw-Zeelands vlas bij zonsondergang

wandelen in Nieuw-Zeeland, deel 3

19 januari 2017 – 27 februari 2017

Onze meerdaagse tochten in de natuur blijven simpelweg fantastisch. Of het nu voor een dag of twee is, of net ietsje langer, deze wandelingen leiden ons door het Nieuw-Zeeland van onze dromen. Het enige wat er verdomd lastig aan is, is terugkomen in de bewoonde wereld. Want dan moeten we weer dringend boodschappen doen en verantwoord verse groentjes eten, douchen en vieze kleren wassen en bedenken waar we daarna naartoe kunnen. Je leest het: allemaal dingen waar een mens de stress van krijgt. Wanneer we op tijd bedenken dat ‘moeten’ ook op reis een rekbaar begrip is, eten we gewoon een pizza en kan de vuile was wachten tot morgen. Opgelost. Waar we echter moeilijk onderuit kunnen, zijn de vele toeristen die hun weg gevonden hebben naar dit onwaarschijnlijk mooie land. In een hut ergens in het achterland, ver weg van de maddening crowds, beseffen we niet dat Nieuw-Zeeland zo stilaan uit z’n voegen barst. Vooral de vele jonge Duitsers in aftandse rammelbakken zijn een fenomeen apart. Het zijn snotneuzen van nog geen 20 die met een working holiday visa op zak van onder moeders vleugels kruipen om zichzelf hier te komen uitvinden. Hoewel het meestal leuke jonge mensen zijn, staat ons hoofd niet naar zoveel jeugd en bijhorende rommel wanneer de bush ons nog volledig in z’n greep heeft. Dan lopen we zowat een half trauma op omdat we het gejengel van hun radio horen en we de slierten spaghetti nog uit het afvoerputje moeten peuteren wanneer het onze beurt is om af te wassen. Zucht. Toch maar weer gauw een ontsnappingsroute verzinnen.

Careys Hut aan North Mavora Lake

Careys Hut aan North Mavora Lake

Daarvoor zijn mogelijkheden genoeg, ook al valt een flink deel van de bijna 1.000 backcountry huts niet binnen onze actieradius. Soms is er bijvoorbeeld wel een hut, maar geen pad om er te geraken. Dan moet je je – navigerend op kaart en kompas – zelf een weg zien te banen door hardnekkig struikgewas, rotsige rivierbeddingen volgen of steile hellingen met losliggend steenslag overmeesteren. You Tarzan, me Jane. Ons zie je daar niet. Wij kiezen voor min of meer verteerbare paden, die de ene keer een lusvormige route vormen, de andere keer van A naar B lopen of die we domweg een stuk op en neer wandelen. Leuk en avontuurlijk is het altijd, en telkens weer anders. De enige constante is dat we ons iedere keer weer een breuk heffen aan die halve supermarkt op onze rug, zeker in het begin van een meerdaagse, wanneer onze voorraad nog onaangeroerd is. Want, anders dan in andere landen, valt er in een Nieuw-Zeelandse berghut geen Almdudler of monsterlijk groot stuk taart te scoren: alles wat je eten of drinken wil, moet je zelf meebrengen. En honger lijden doen we niet meer (chips eten evenmin). Onze limiet ligt daardoor (voorlopig?) op vijf dagen trampen. Balancerend op een boomstam boven een kniediepe modderpoel blijven we met dat gewicht aan bagage net recht. Wanneer twee Kiwi girls type bonenstaak ons vertellen dat ze voor elf dagen eten in hun rugzakken hebben, zakt onze onderkaak gelijk evenredig met onze eigendunk. Hoe doen ze dat toch? Het moet gezegd dat Nieuw-Zeelanders het trampen met de paplepel mee krijgen: je eerste berghut heb je al gezien voor je kan lezen of schrijven. Dat helpt om onverschrokken en met een eeuwig optimisme alles aan te kunnen. En ook trailrunning, de bergvariant van onze veldloop, is hier populair. Op trajecten waar wij op stevige boots en met wandelstokken als extra stel benen aarzelend vorderen, huppelt een taaie grijsaard ons op z’n Adidassen lachend voorbij.

luxueus tramperpruttelpotje met noedels, broccoli en ei

luxueus tramperpruttelpotje met noedels, broccoli en ei

Op onze tochten komen we ook de moedige stappers van de Te Araroa Trail tegen, een 3.000 km lange wandelroute die van het noordelijkste puntje van Nieuw-Zeeland tot helemaal in het zuiden loopt. Velen stappen de hele route (wat zo’n vijf à zes maanden in beslag neemt), anderen doen enkel het spectaculaire Zuideiland of kiezen een traject van een week of twee om zich te amuseren in the outdoors. Het idee om zo’n hele afstand te voet af te leggen, zonder dat er een auto aan te pas komt, lijkt ons erg leuk en op mensenmaat, maar ook heel zwaar. Zeker met de grillen van een slechte Nieuw-Zeelandse zomer. Wanneer het dagen aan een stuk hard regent en het beekje waar je door moet verandert in een onstuimige watermassa, dan zit je daar in je hutje in de wildernis te blinken tot de weergoden zich opnieuw een beetje gedragen. Anderzijds voel je je ongetwijfeld de koning te rijk wanneer het tussen je oren gewoon goed zit en je de hele wereld aankan. De meeste Te Araroa-stappers stralen dan ook een curieuze mix van gedrevenheid en rust uit. Petje af!

Motatapu Track maakt deel uit van de Te Araroa Trail

Motatapu Track maakt deel uit van de Te Araroa Trail

Mount Cook National Park

Tussendoor doen we natuurlijk ook gewoon dagwandelingen, in dit geval omdat de populaire Mueller Hut vanavond volzet is. De locatie van deze wijnrode hut, op een besneeuwd hoogplateau en met zicht op Mount Cook, ‘s lands hoogste piek (3.724 meter), is zonder meer subliem. Na het aanhoudende slechte weer van de afgelopen weken, krijgen we vandaag een dag waarop iedereen heeft gewacht: zon, zon en nog eens zon! Als je nu die molshoop niet opklimt, dan doe je het nooit. Het eerste deel bestaat uit maar liefst 2.200 zorgvuldig aangelegde trappen (dank u, DOC) die uitkomen bij de Sealy Tarns, enkele kleine bergmeertjes. Daarna verandert het pad in een woestenij van losse stenen en grote rotsblokken, waar je zo min of meer loodrecht op moet om bij de bergpas te geraken waarachter Mueller Hut ligt. Naarmate we hogerop geraken, komen we in de sneeuw terecht, waardoor we qua doorzetting en concentratie een tandje moeten bij steken. Maar het is vooral genieten. De panorama’s worden alsmaar weidser en indrukwekkender: diep beneden ons ligt de vallei waar ons tentje staat en we zien de besneeuwde toppen en gletsjers van de Southern Alps. De kleuren in het landschap zijn buitengewoon prachtig. Wanneer we na een inspannende klim onze boterhammen zitten op te eten op het besneeuwde terras van de hut, bedenken we dat we straks weer terug naar beneden moeten. Dat wordt misschien wel het moeilijkste deel. Op het werk donder ik mezelf al het ziekenhuis in wanneer ik een verdiepinkje lager wil uitkomen; nu hebben we eerst een loodrechte glijpartij en dan opnieuw die eindeloze reeks trappen. Het wordt een lange dag, maar eentje om niet gauw te vergeten.

en straks weer terug

en straks weer terug

daar beneden staat de tent

daar beneden staat de tent

Mueller Hut met Mount Cook op de achtergrond

Mueller Hut met Mount Cook op de achtergrond

Pisa Conservation Area

Tussen Wanaka en Queenstown ligt de Pisa Range, een ronde bergrug, begroeid met goudgele graspollen, die als een behaarde rups door het landschap komt gekropen. In vroeger jaren begraasden vele duizenden schapen dit gebied. Meg Hut, ons onderkomen voor twee nachten, stamt uit de tijd waarin schaapdrijvers wekenlang van huis waren en beschutting vonden in tentenkampen of eenvoudige hutten, gebouwd met ijzeren golfplaten. Net als de kloeke kerels van weleer halen we ons drinkwater uit een stroom vlakbij de hut en brandt ‘s avonds het haardvuur met het hout uit een dennenbos dat speciaal daarvoor werd aangelegd. Het regent dat het giet en de wind giert door de vallei, maar binnen is het gezellig en warm. Wanneer we de volgende morgen opstaan, is de storm uitgeraasd en blijft er niet meer dan de vertrouwde, stevige bries over. Nadat we de rivier hebben doorgewaad, beginnen we aan een dagtocht door dit amper bewandelde gebied. Dwalen door zeeën van tussock, waarop een combinatie van wind, zon en wolken grillige schaduwpatronen laat voorbij glijden, is ronduit magisch. Elegant stappen doe je in zo’n graspollenland echter niet. De bladeren van het tussock zijn lang en smal, maar taai als leer. Wanneer je met je ene voet op het uiteinde van enkele blaadjes trapt, haak je met je andere voet gegarandeerd in de val die je voor jezelf hebt opgezet. Struikelen over een grasspriet heet dat.

Meg Hut

Meg Hut

tussock graslanden van de Pisa Range

tussock graslanden van de Pisa Range

Westland National Park

Deze driedaagse wordt er eentje met een gedroomde beloning voor lichaam en geest: een weldadig warm bad in een omgeving van regenwoud en besneeuwde bergen. Daarmee is Welcome Flat, een vlakte in de vallei van de Copland River, inderdaad bijzonder verwelkomend. Om er te geraken, volstaat een wandeltocht van 18 km op een gewoonlijk goed onderhouden pad, afgewisseld met modderige prut, bescheiden rotskruippartijen en éénpersoons hangbruggen over enkele woest kolkende zijrivieren van de Copland. We worden zelfs verwend met knuppelpaden over de meest moerassige passages en hier en daar proeven we van een loopgraafgevoel, maar dan zonder oorlog. Iemand heeft blijkbaar bedacht dat stappen door smalle geulen die reiken tot heuphoogte zo eens wat anders is. Verwend als we zijn met de meest fantastische uitzichten waarop voorgaande wandelingen ons trakteerden, blijkt deze tocht een simpel boswandelingske. We vinden het saai. Om ons gaande te houden, focussen we ons op ons doel en denken we de hele tijd aan de natuurlijke warme bronnen, waarin we straks gaan zitten soppen. En dat is inderdaad heeeemels! Bovendien aanschouwen we vanuit ons bad in deze open vlakte de bergen die het bos voor ons verborgen hield. Met verrimpelde tenen meanderen we nog wat verder Welcome Flat in, in de hoop om onze alpenhonger alsnog te stillen. Zo vatten we met de herinnering aan gletsjers en rotsige pieken de terugtocht aan, opnieuw door het bos. Is het omdat we nu verzadigd zijn van uitzichten dat we opeens de krekels horen, de varens zien die zich zo sierlijk ontkrullen en bundels zonnestralen door het dichtbegroeide woud op het pad zien vallen? Of komt het omdat we onze verwachtingen op bosgolflengte hebben getuned? Hoezo saai?

warmwaterbronnen van Welcome Flat

warmwaterbronnen van Welcome Flat

alpenhonger gestild

alpenhonger gestild

loopgraaf zonder oorlog

loopgraaf zonder oorlog

Lewis Pass National Reserve, St James Conservation Area & Lake Sumner Forest Park

De St James Walkway is een pracht van een tocht, niet te moeilijk en niet te makkelijk, die zijn weg baant door het afwisselende landschap van maar liefst drie mooie natuurgebieden en met hutten op wandelafstand van elkaar: Ada Pass Hut is de gezelligste, Christopher Hut de mooist gelegen , Anne Hut de nieuwste en Boyle Flats Hut de muizigste. En zo komen we bij het onderwerp waarover ik het hebben wil, nl. onze piepende, trippelende, knagende, ritselende, onverjaagbare, nachtelijke vijandjes. Elke huttenslaper zal beamen dat een muis in huis geen pretje is. Want ook al heb je je eten veilig aan een haak gehangen om te voorkomen dat zo’n beest je rugzak naar de knoppen vreet om wat van je havermout te stelen, voor een slaapmodus zorgen deze ongewenste huisdieren ook niet echt. Want eens de duisternis valt, dan zijn ze er. Dan gaan ze op zoek naar die ene gemorste rijstkorrel of wat kruimeltjes van je koekje dat je bij je thee hebt gehad. Je maakt je bij je hutgenoten dan ook waanzinnig populair als je erin slaagt om het muizenprobleem van de baan te helpen. Het overkomt mijn beste Dirk. Alert als hij is, weet hij een muis te strikken in een leeg zakje van onze Backcountry Cuisine classic beef curry, een gevriesdroogde trekkersmaaltijd die wij zopas in onze holle tand hebben gestoken. Met een piepend diertje dat zich wriemelend probeert te bevrijden uit zijn oosters gekruide gevangenis, steekt hij de rivier over om het daar opnieuw de vrije loop te geven. Hilariteit in Boyle Flats Hut verzekerd, dat kan ik je wel zeggen. Het is nu aan de Kiwi bonenstaken om de onderkaak diep te laten zakken! Dirks manoeuvre brengt de rust die wij stappers nodig hebben om de volgende ochtend weer fris en monter aan de dag te beginnen. Sweet dreamzzz.

mooi begin van de St James Walkway

mooi begin van de St James Walkway

eten aan de haak

eten aan de haak

piep zei de muis in het backcountry huis

piep zei de muis in het backcountry huis

Boyle Flats Hut, muizenvrij

Boyle Flats Hut, muizenvrij

Groetjes,

Bianca & Dirk

Lake Hawea gezien vanaf Isthmus Peak

Lake Hawea gezien vanaf Isthmus Peak

omgevallen bomen: erover, eronder of ertussen?

omgevallen bomen: erover, eronder of ertussen?

dreigende lucht boven Reefton Holiday Park

dreigende lucht boven Reefton Holiday Park


wandelen in Nieuw-Zeeland, deel 2

15 december 2016 – 18 januari 2017

Nu we goed ingewandeld zijn, wordt het tijd voor wat serieuzer werk. Op ons verlanglijstje staan nl. ook meerdaagse tochten, en we hebben er nog niet één gedaan. Op het Noordeiland bleven onze uitstapjes beperkt tot maximaal een (lange) dag, maar daar brengen we op het Zuideiland gauw verandering in.

joehoe!

joehoe!

In Nieuw-Zeeland wordt wandelen op ietwat avontuurlijker paden ‘tramping’ genoemd. Vernederlandst wordt dat trampen – trampte – getrampt. De voeten van een tramper zien eruit zoals de mijne: gehavend. Ondanks gebezigde crèmes, gelletjes en poedertjes werden ruwe plekken, blaren, kloven en blauwe teennagels mijn deel. Mijn wederhelft trippelt op ongeschonden babyvoetjes rond, alsof hij met de fiets is.

Queen Charlotte Sound

We beginnen voorzichtig met een stukje van de Queen Charlotte Track in de Marlborough Sounds, goed voor 3 dagen wandelplezier. Trekkershutten zijn er op deze route niet en dus slepen we rugzakken mee die met een volledige kampeeruitrusting en een voedselvoorraad voor 3 dagen niet bepaald lichtgewicht zijn. We hadden ook bagagetransport kunnen regelen en kunnen overnachten in comfortabele lodges, maar dat is toch veel te gemakkelijk, niet? Nee, dit wordt echt, want we willen testen hoe lijf en leden zo’n meerdaagse gaan verteren. Onze laatste rugzakervaringen van dit kaliber dateren nl. uit een vorig leven, dus zeker van ons stuk zijn we niet. Maar het weer zit mee, en ondanks fikse dagafstanden is de route is niet echt zwaar te noemen. Bovendien mag de omgeving er zijn. Op het traject van Camp Bay naar Ship Cove en weer terug zien we een aaneenschakeling van weelderig begroeide landtongen waartegen het blauwe water van de Queen Charlotte Sound mooi afsteekt. En aan sfeervolle kampeerplekken ontbreekt het ook al niet. Na onze eerste dag hebben we Madsens Camp, een privaat uitgebate minicamping aan Endeavour Inlet, helemaal voor ons alleen. Wanneer we ‘s avonds ons noedelprutje koken (with a view), leren we een belangrijke les: de rantsoenen moeten groter! In een poging om hier en daar wat grammetjes te besparen, hebben we te weinig eten bij. Wisten we dan niet dat een mens een berenhonger heeft na een actieve dag in de buitenlucht? Wat we anderzijds ook leren, is dat we ook met een lichtjes rammelende maag nog altijd op en top genieten. Toch moet een achtergebleven pak chocoladekoekjes er meteen aan geloven wanneer we na 3 dagen weer terug zijn. Het lijf is moe en de achillespees aan mijn linkervoet protesteert, maar we maken al plannen voor een volgende wandeltocht. No pain, no gain.

de zon schijnt in Resolution Bay

de zon schijnt in Resolution Bay

aanlegsteiger in Camp Bay

aanlegsteiger in Camp Bay

Abel Tasman National Park

De Abel Tasman Coast Track is één van Nieuw-Zeelands Great Walks. Dat zijn meerdaagse tochten – er zijn er 9 en er is een 10de in de maak – over netjes onderhouden paden met overbrugde rivieren en basic, maar goede overnachtingsplaatsen op wandelafstand. Tot daar klinkt het goed, aantrekkelijk zelfs. Een minpuntje is dat deze Great Walks waanzinnig populair zijn en het aantal slaapplaatsen beperkt is. Er moet met andere woorden gereserveerd worden, en daar wringt het schoentje. Krijgen we thuis al de kriebels van een nog niet eens zo volle agenda, op reis hebben we des te meer een hekel aan dingen die vastliggen. Maar omdat het ons wel wat lijkt om de kerstdagen in het paradijs door te brengen, wandelen we amper 2 dagen van tevoren het bezoekerscentrum binnen om onze kansen alsnog te wagen. De bediende kijkt met een half oog naar de beschikbare kampeerplaatsen en besluit dat het niks wordt, maar eagle eye Dirk heeft op haar computerscherm 2 open plekjes ontdekt waarin een doenbare trektocht lijkt te passen. Nog even een boot regelen die ons naar het vertrekpunt brengt en… off we go! Langs baaien uit reclamefolders wandelen we van Totaranui naar Marahau, waar we de auto hebben achtergelaten. In onze rugzak zit deze keer een grote dikke vette zak chips, speciaal voor kerstavond – cholesterol topper van het jaar, toch? Verder variëren we met alles wat op een broodmaaltijd lijkt, want deze keer besparen we op kookspullen en niet op eten. Het worden boterhammen, wraps, pitabroodjes en crackers met vooraf geschilde groentjes en beleg dat tegen het einde van de tocht redelijkerwijs alleen nog maar uit blik kan komen. Voor de culinaire hoogstandjes moet je zo’n tramp dus niet doen, maar who cares? ‘s Avonds moe maar voldaan je slaapzak inrollen met al die prachtige beelden op je netvlies, de stilte in je oren en de zoute zeelucht in je neus, dat is toch het mooiste wat je maar wensen kan?

strand bij Totaranui

strand bij Totaranui

strand bij Anchorage Hut & Campsite

strand bij Anchorage Hut & Campsite

Kahurangi National Park

Een medewerker van de DOC vindt het Tableland Circuit “a good introduction to novice trampers”. Zelfs families met kinderen brengen deze tweedaagse tocht er goed van af, dus waarom wij niet? Nog maar net terug van onze Abel Tasman avonturen hebben we in de bewoonde wereld vlug even een propere onderbroek aangedaan, toch maar weer een kookpot en wat pasta in onze rugzak gepropt, of we gaan alweer op pad. De eerste dag gaat het inderdaad kalmpjes aan. We krijgen een mooie wandelweg langs de Flora Stream en tegen lunchtijd komen we bij de schattigste hut van heel Nieuw-Zeeland. Upper Gridiron Hut is gebouwd onder een enorme overhangende rots, waaraan ook een schommelbank werd opgehangen. Als dat niet uitnodigt voor een rustpauze! Het pad verlaat daarna de vallei, om uit te komen in hooglanden met alpiene begroeiing. De wind gaat er als een wilde tekeer. Net voor de regen komen we aan in Salisbury Lodge, onze hut voor de nacht, die we met 5 anderen delen. Een Kiwi leert ons een lesje vuurke stook, maar echt warm wordt het niet en dus kruipen we vroeg onder de wol. Dat doet iedereen.
‘s Anderendaags wacht ons het pittiger deel van de tocht. Door Sphinx Valley voert een smal paadje door hoog, nat gras en maori onion (Nederlandse naam onbekend) naar een mistig en spookachtig bos waar flink geklommen moet worden. Aan boomwortels en -takken hijsen we ons omhoog, zo steil is het. Eens boven de boomgrens voelen we weer die zotte wind, die het machtige landschap nog grootser lijkt te maken en de laatste slierten nevel wegblaast. Wat overblijft is een magnifiek en zonovergoten uitzicht op de tafellanden waarnaar deze tramp is genoemd. Nu alleen nog Gordons Pyramid op en dan weer naar beneden – tenminste, dat denken we. Na deze 1.489 meter hoge top blijft het pad echter de bergkam volgen, wat per definitie op en af gaat, niet zelden over gewaagde, rotsige passages. A good introduction to novice trampers dus. Amai merci. Maar niet alleen de inspanning doet ons hart sneller slaan. In deze indrukwekkende omgeving voelen we ons wild en vrij, on top of the world op 1.489 meter.

in de schommelbank bij Upper Gridiron Hut

in de schommelbank bij Upper Gridiron Hut

maori onion in Sphinx Valley

maori onion in Sphinx Valley

klim van Salisbury Lodge naar Gordons Pyramid

klim van Salisbury Lodge naar Gordons Pyramid

op de top van Gordons Pyramid

op de top van Gordons Pyramid

Lewis Pass National Park

Nieuw-Zeeland heeft al betere zomers gehad dan deze. Het weer wordt grillig en plannen om er opnieuw voor enkele dagen op uit te trekken, worden in de kiem gesmoord. Onze route stippelen we uit met het weerbericht erbij, in de hoop om onderweg tenminste enkele kleinere wandelingen te kunnen doen.
Het pad naar Lake Daniells loopt door een bos dat beschutting biedt tegen de elementen en komt uit bij een hut op een open plek aan het meer waar we in geval van regen onze boterhammen droog kunnen opeten. Het wordt een leuke wandeling in een mooie omgeving. Een postkaartparadijs is het echter niet en het spektakel van een kale bergkam met 360° panorama’s moeten we hier evenmin verwachten. Het grote feest zit ‘m in de kleine dingen. Terwijl Dirk zich amuseert met nieuwsgierige vliegenvangers – ze komen net niet op z’n vinger zitten – kniel ik neer voor een onderonsje met mijn orchideeënvriendinnen. Stappend door bossen en duinen heb ik er al verschillende ontdekt, maar deze odd-leaved orchid (Nederlandse naam onbekend) is mijn lieveling. Alsof ze niets beters te doen hebben, staan ze hier mooi en fier lekker wat te bloeien in het zachte mos. Op onze fietstochten in deze contreien zag ik niet één orchidee! Je tempo vertragen tot dat van een wandelaar met veel tijd is zo gek nog niet.

odd-leaved orchids in Lewis Pass National Park

odd-leaved orchids in Lewis Pass National Park

groenkapjes in Nelson Lakes National Park

groenkapjes in Nelson Lakes National Park

Mount Somers

De route naar de Pinnacles Hut wordt me weer een klauterpartij van jewelste. Het is zweterig en hard labeur en er lijkt geen eind aan te komen. Wanneer we ons serieus beginnen afvragen of we dit nu echt wel zo leuk vinden, krijgen we er een niet overbrugde rivier bovenop. Moeten we nu, zoals de echten, zonder een kick te geven en met bottinen aan, gewoon door het water knosselen? Of doen we toch maar sandalen aan, zodat sokken en schoenen droog blijven? We kiezen braaf voor het laatste. Wanneer we broekspijpen zitten af te ritsen en binnen de halve seconde bloeddorstige zandvliegjes op bezoek krijgen, zien we een jong stel zelfverzekerd en elegant van steen naar steen springen. Uitglijden en met pak en zak in het water vallen, benen breken of desnoods je nek, is iets wat alleen de slechteriken uit de film overkomt: in een mum van tijd staan ze heelhuids aan de overkant. We’ll see you guys later. Met droge voeten ploeteren we verder, verstand op 0, want het antwoord op de vraag van enkele zinnen geleden is nee. We zijn blij dat we de Pinnacles Hut daarboven zien liggen en er voor vandaag mee kunnen stoppen. Wanneer we wat uitgerust zijn, krijg ik toch weer zin om verder te gaan: het is zo’n mooi weer vandaag en het beste deel van de wandeling ligt voor ons, dus… Maar Dirk wil rondlummelen, op z’n krent zitten en kersen eten. Wandelaars op doortocht hebben met zware dilemma’s af te rekenen. Het worden kersen. Wanneer de volgende ochtend het prachtige berglandschap in een dikke mist is gehuld, vervloeken we dat rotgelummel en die rotkersen zo vol rotvitamienen. We gaan toch maar op stap, maar de uitzichten waar het allemaal om te doen is, zitten daar, achter die wolken, grrr. Maar de buitenlucht doet wonderen en eens je de dwanggedachte aan mooi weer hebt losgelaten, is de grijze lucht niet langer somber, maar mysterieus en geheimzinnig. We zien opeens de druppeltjes op de bloemen langs het pad, horen het geklater van een bergbeek en onze voetstappen op het grind. Alsof we beloond worden voor deze positieve mindset, zien we dat het boven aan de bergpas begint op te klaren. Waren we van ‘s morgensvroeg verwend geweest met een strakblauwe lucht, dan was dit nu niet zo’n feest. We krijgen een prachtige dag en ‘s namiddags lummelen we maar weer. Terwijl Dirk enkele slechtvalken in het oog houdt, zit ik een beetje te zennen met mijn voeten in de Woolshed Creek, het stroompje waaraan de prachtig gelegen hut zijn naam ontleent.

lummelen aan de Pinnacles Hut

lummelen aan de Pinnacles Hut

het klaart op!

het klaart op!

zoek Woolshed Creek Hut

zoek Woolshed Creek Hut

Otago Peninsula

Alweer op de vlucht voor shitty weather zijn we aan de oostkust beland. Bij het stadje Dunedin ligt het Otago Peninsula, een schiereiland dat deels bewoond en door schapen begraasd wordt, maar waar nog verrassend veel ongerepte natuur is overgebleven. Een albatrossenkolonie nestelt er op Taiaroa Heads en stranden worden druk bezocht door pinguïns en zeeleeuwen. Vanaf een hoge zandduin zakken we af naar Sandfly Bay. Op dit vroege uur is er nog geen mens te zien en dat past perfect bij de sfeer van deze intens mooie baai. Op de kliffen hebben we ze al zien liggen: een groepje zeeleeuwen, lomp en log, met lieve ogen en dikke snorren, een beetje geeuwend en gapend of juist heel alert en op hun hoede voor menselijk bezoek. Het gegrom dat ze laten horen wanneer we een half stapje te dichtbij komen, beantwoordt allerminst aan hun hoge aaibaarheidsfactor. In het water glijden ze soepel en elegant met een flinke vaart naar god weet waar, of tollen ze rond hun as, just for fun. Wanneer een enorm mannetjesdier uit het water het strand op komt, daar zijn ronde doet en dan weer de zee in rolt, is zijn boodschap duidelijk: Sandfly Bay is van mij en van niemand anders!

Sandfly Bay

Sandfly Bay

zeeleeuw aan Otago Peninsula

zeeleeuw aan Otago Peninsula

Groetjes,

Bianca & Dirk

dramatische luchten in Lake Sumner Conservation Park

dramatische luchten in Lake Sumner Conservation Park

Gabriel Hut in Lake Sumner Conservation Park

Gabriel Hut in Lake Sumner Conservation Park

vooral niet naar beneden kijken

vooral niet naar beneden kijken

ontbijt aan Lake Tekapo

ontbijt aan Lake Tekapo

Clay Cliffs bij Omarama

Clay Cliffs bij Omarama

Moeraki Boulders

Moeraki Boulders

wandelen in Nieuw-Zeeland, deel 1

31 oktober 2016 – 14 december 2016

Dat Nieuw-Zeeland ons plan B werd, wisten we al voor we uit La Paz vertrokken. Dit land is zo’n prachtige brok natuur dat we er waarschijnlijk nooit genoeg van krijgen. Maar omdat we er op vorige reizen al zo’n 11.000 km bij elkaar fietsten, doen we het nu een keertje anders. De indrukwekkende infrastructuur van wandelpaden, hutten en afgelegen natuurcampings hebben we op onze fietstochten niet genoeg verkend en doet ons al een tijdje zin krijgen in een 3de keer Nieuw-Zeeland. Toegegeven, in dit geval betekenen ‘we’ en ‘ons’ vooral ‘ik’, maar mijn Dirk had slechts een klein duwtje nodig om mij te volgen in mijn plan. Hij is immers diegene die kost wat kost de donkere dagen in België wil ontvluchten, dus we hebben een mooi compromis. We wisselen fiets en Ortliebs in voor wandelschoenen en rugzak. En, gezwicht voor het comfort en de mogelijkheden die hij biedt, hoort bij onze uitrusting nu ook een auto. Een wát?!? Ja, je leest het goed, een auto.

Nieuw-Zeelanders vinden dat we nu eindelijk beschaafd aan het reizen zijn nu we onze fietsen hebben thuisgelaten. Tot ze ons in regen en wind zien kneuteren in ons kleine trekkerstentje? Of geurtjes ruiken nadat we een week geen douche van dichtbij hebben gezien? Het toppunt van beschaving! Wij vinden het in ieder geval best wennen. Het lijkt wel alsof we het reizen opnieuw moeten uitvinden nu we tonnen eten en liters drinkwater kunnen meenemen en we met een voet op het gaspedaal in een mum van tijd zijn waar we wilden geraken. Dan zetten we het liefst van al ons tentje op een kampeerterrein van het Department of Conservation (DOC), de overheidsinstantie die de meeste natuurgebieden beheert en openstelt voor de actieve buitenmens. Het zijn gegarandeerd erg leuke plekjes. De voorzieningen zijn er weliswaar minimalistisch – veel meer dan een composttoilet moet je niet verwachten – maar dat hoort toch bij een op en top natuurervaring? De buurt verkennen we te voet. Wandelgidsen in onze bagage en richtlijnen van het DOC helpen ons op weg.

Te Paki Recreation Reserve

We kamperen op een leuk terreintje aan Tapotupotu Bay, onze uitvalsbasis voor 2 prachtige wandelingen. Cape Reinga is het noordelijkste puntje van het land. De Tasmanzee en de Stille Oceaan komen daar tesamen, wat voor in elkaar ritsende, witte golven zorgt. De paden die de kustlijn volgen, lopen over ongerepte, verlaten stranden en steken steile kliffen over die begroeid zijn met laag struikgewas. Waar riviertjes in zee uitmonden is het even uitkijken naar een goede plaats om over te steken. Op onze tocht naar Cape Maria van Diemen, een kaap iets ten westen van Cape Reinga, zorgen we ervoor dat we bij laagtij de Te Werahi Stream kunnen doorwaden. Een slim plan, zo blijkt, want het water komt slechts tot halfweg schoenhoogte. Wanneer we aan de overkant tevreden staan te kijken naar de waterdruppels die op het Gore Tex parelen, stel ik tot mijn stomme verbazing vast dat de zool van mijn linkerschoen aan het loskomen is. En dat in het prille begin van een wandelvakantie. Later weet ik in Auckland gelukkig exact dezelfde comfortabele Lowa’s op de kop te tikken, helemaal ingevoerd uit Duitsland en zelfs in promotie een stuk duurder dan thuis.

Tapotupotu Bay en camping

Tapotupotu Bay en camping

door de Te Werahi Stream

door de Te Werahi Stream

Waipoua Forest

Voor iedereen die door het bos de bomen niet meer ziet, is een wandeling door het Waipoua Forest Park beslist een aanrader. Dit natuurgebied huisvest de grootste kauri’s van het land, enorme inheemse bomen met een kunstig gevlekte bast, die met hun wortels naar boven lijken te groeien. In de 19de eeuw werden de bomen nog massaal geveld voor het goede hout, nu worden ze met overtuiging beschermd en gekoesterd. De grootste van allemaal, de Tane Mahuta oftewel Koning van het Woud, is een exemplaar waar je niet naast kunt kijken. De kolos is zo’n 2000 jaar oud. Dat dit levende wezen in de tijd van Christus uit de aarde ontsproot, 800 jaar vooraleer de eerste Maori’s voet aan wal zetten in Nieuw-Zeeland, is amper te bevatten. Ongewoon voor een toeristische hotspot heerst hier een stille, serene sfeer. En dat allemaal voor een boom.

Tane Mahuta

Tane Mahuta

Waitakere Ranges Regional Park

Omdat het buiten stortregent, eten we boterhammen in de auto. We luisteren naar de soundtrack van ‘The Piano’ en hopen maar dat de regen wat mindert. Want we willen naar Karekare Beach, het strand dat eind jaren ‘80 het decor was voor een dramatische scène uit de film. Veel te zwaar om op modderige paden naar haar nieuwe thuis gesleept te worden, bleef de houten kist met daarin de piano van hoofdpersonage Ada er op het zwarte zand achter.
Wanneer het wat lijkt op te klaren, wagen we het erop, maar al snel begint het weer te regenen. Met een krachtige wind erbij ervaren we nu zelf de woeste uitstraling van deze plek. Het donkere zand dat door hevige windstoten over het strand en tegen onze benen wordt gejaagd, krijgt een olijfgroene tint tot het weer op de natte aarde terechtkomt. Ook al is het slecht weer, aan terugkeren denken we niet. We stappen de zwarte duinen in en voorbij een veldje met gele lupinen komen we bij een moeras aan de voet van Zion Hill. Wat is het landschap hier puur! Het genieten wordt echter wat minder wanneer we de heuvel opklimmen. Door de regen is het pad veranderd in een modderige brij. Niet verwonderlijk eigenlijk, maar een optimistische, in vervoering geraakte geest, denkt nu eenmaal niet aan dat soort ongemakken. Op trappen die door glibberige boomwortels zijn gevormd, is het best een karwei om overeind te blijven. Ondanks regenjas en -broek worden we nat genoeg om het koud te krijgen en uit te kijken naar beschutting en een flink bord spaghetti waarbij we straks weer mens gaan worden. En naar een outdoorwinkel met een nieuwe regenjas voor Dirk…

Karekare Beach

Karekare Beach

naar Zion Hill

naar Zion Hill

Coromandel Forest Park

Dit wordt een wandeling met een verhaal. Via trappen die in de rotsen zijn uitgehakt, werden in de tijd van de pioniers afgelegen houthakkerskampen bevoorraad, nu is het een mooie aanlooproute om The Pinnacles op te klimmen. Dit natuurpark is weelderig groen, maar er staat amper nog een kauri in recht. De houthakkers van weleer, die er niet voor terugdeinsden om erg ontoegankelijke gebieden binnen te dringen, hebben hun werk grondig gedaan. In de tijdsgeest van toen waren het helden, geprezen voor hun volharding en fysieke kracht. En daar is wel wat voor te zeggen. Zo’n woudreus vellen gebeurde handmatig, met een man of 3 – 4 aan weerskanten van de zaag, en nam makkelijk enkele uren in beslag. Bovendien is de hut, die door het DOC is gebouwd en stappers onderdak biedt voor de nacht, ongetwijfeld een stuk luxueuzer dan het onderkomen waar die mannen zich na een dag hard labeur in terugtrokken.
Maar nu draait het rond The Pinnacles, grillige rotsen die met hun 759 m het hoogste puntje van het schiereiland Coromandel vormen. Vanaf de hut loopt er een pad naartoe, dat overgaat in trappen: 568 zijn het er. Dat is het makkelijke deel. Daarna wordt een beroep gedaan op onze berggeittalenten, want het wordt nu echt klauteren. Steile ladders schieten langs rotswanden omhoog en op handen en voeten kruipen we over stenen en boomtakken. Gevaarlijk en toch doen we verder. Het belonende uitzicht op de top is nu zo dichtbij dat het hart het wint van het verstand.

klim naar The Pinnacles

klim naar The Pinnacles

Tokaroa Point (Tairua)

Een wandeling die zo kort is dat het amper een wandeling genoemd kan worden. En in bewoond gebied op de koop toe. Na een nacht op een echte camping met echte douches en met echte wc’s die doortrekken met echt water, gaan we niet verder dan de rand van het plaatsje om daar een heuveltje van niks op te klimmen – langs een suf pad uit een uitgave van wandelen for dummies. Maar wat een uitzichten! Per hoogtemeter die we winnen worden we verliefd en nog verliefder op deze plek. Gaan we hier later als we groot zijn komen wonen om iedere dag te kijken naar de bergen en de zee, de natuurlijke haven en de schitterende lucht die alles zo mooi toedekt?

Pauanui gezien vanaf Tokaroa Point

Pauanui gezien vanaf Tokaroa Point

Waiotapu Thermal Area

Het plaatsje Rotorua herinneren we ons maar al te goed van onze eerste Nieuw-Zeelandreis, 16 jaar geleden. Pruttelende modderpoelen, geisers en stomende kraters zie je er in het stadspark zij aan zij met aangeplante bloemperkjes, fonteinen en groen gazon. In de ruime omgeving van de stad worden door Maori families parken opengesteld waar nog meer thermische natuurfenomenen te zien zijn. Aangetrokken alleen al door de naam van de belangrijkste trekpleister – Champagne Pool – kiezen we de Waiotapu Thermal Area uit voor een bezoek. Wandel- en steigerpaden lopen er kriskras door een gebied na het einde der tijden.

Champagne Pool

Champagne Pool

Kaimanawa Forest Park

‘Gezwicht voor het comfort en de mogelijkheden die hij biedt’: dat schreef ik eerder toch over onze auto? Wat onderstaande foto je laat zien, doet ons even heftig verlangen naar onbeschaafd fietsen. De motor niet aan de praat krijgen in wat ‘a remote campsite’ heet, zat nl. niet in ons plan. Maar het lot van de mobiele telefonie is ons gunstig gezind, want per grote uitzondering kunnen we in dit hol van Pluto de pechdienst bellen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Tijdens het wachten worden we getrakteerd op enkele extra uurtjes in het Kaimanawa Forest Park, en dat is beslist geen straf.
Vanaf de Urchin campground, een heerlijk rustig terrein op een open plek in het bos, dwaalden we daags voordien door het sprookjesachtige regenwoud. Alwéér regenwoud, denk je misschien? Wel, zeg nooit zomaar regenwoud tegen een regenwoud. Afhankelijk van o.a. de hoogte en de hoeveelheid neerslag die er valt, ziet zo’n bos er telkens weer anders uit. Volgens ons boekje is dit een subantarctisch regenwoud dat vooral inheemse naaldbomen en vele soorten varens herbergt. Liefhebbers kunnen hier ongetwijfeld ettelijke uurtjes doorbrengen vooraleer ze die hele plantenrijkdom op naam hebben gebracht. Wij zijn al blij dat we de meest in het oog springende soorten leren kennen, zoals de piupiu-varen. Die groeit hier werkelijk overal. Met hun nieuwe, frisgroene scheuten die zich zo sierlijk ontrollen tegen een achtergrond van oudere, donkere bladeren, vinden we ze heel fotogeniek.

getakeld

getakeld

piupiu-varens

piupiu-varens

Te Urewera National Park

Je moet met het weer een beetje geluk hebben in het Te Urewera National Park. De ruig begroeide heuvels zijn er dikwijls in een dichte mist gehuld, maar vandaag hebben we met een strakblauwe lucht een perfecte dag om de Pukenui Range op te klimmen. Het pad naar Panekiri Bluff en Balt Knob lookout loopt door – wat had je gedacht – het regenwoud. Tijdens een vermoeiende klim zien we het bos veranderen: boomvarens en uitbundig struikgewas maken plaats voor bomen die hier al sinds de oertijd lijken te staan. Getekend door het leven op deze hoogte en in een klimaat dat zich niet zelden langs z’n grilligste kant laat zien, hebben ze de meest knoestige vormen aangenomen. Aan hun takken groeien baardmossen als gordijntjes waarachter geheime schatten verborgen liggen. Of wonen er daar elfjes?

Lake Waikaremoana gezien vanaf de Pukenui Range

Lake Waikaremoana gezien vanaf de Pukenui Range

oerbos met elfjes

oerbos met elfjes

boomvarens langs de Ruapani Track

boomvarens langs de Ruapani Track

Groetjes,

Bianca en Dirk

vogelkijkhut in Miranda

vogelkijkhut in Miranda

wandelen tussen tea trees

wandelen tussen tea trees

broedende jan-van-genten

broedende jan-van-genten


Cape Kidnappers

Cape Kidnappers


Merry Kitchmas!

Merry Kitchmas!

van Cuzco naar La Paz

4 september 2016 – 9 oktober 2016

Na een vliegreis met 2 overstappen komen we aan in Cuzco, in het zuiden van Peru. Alle spullen zijn netjes met ons meegevlogen, oef. Zelfs het verpakkingsmateriaal van de fietsen is nog in opperbeste staat. In Hospedaje Estrellita, pleisterplaats voor fietsers, duurt het niet lang vooraleer kartonnen dozen, piepschuim en noppenfolie een nieuwe eigenaar hebben gevonden. Ondertussen is de ene doos naar Wenen gevlogen, de andere naar Parijs. Ook de verkeerde rem- en versnellingskabeltjes die we in een roes van vertrekstress per vergissing in onze bagage hadden gestoken, zijn we gauw kwijt. Robin, een Brit die al 2 jaar van huis is, is er dolgelukkig mee.
Op de gezellige binnenkoer van het hospedaje verbroederen fietsers als vanzelf en worden tweewielers en toebehoren gekeurd en vergeleken. Verhalen en plannen worden uitgewisseld, en al snel blijkt dat onze fietsvrienden stuk voor stuk taaie doorbijters zijn (of lijken?) waar wij niet bij in de buurt komen. Slik. Wij hebben voor de komende maanden nl. een route voor watjes in gedachten, met veel asfalt. Duwen en stof happen op slechte onverharde wegen: het overkomt ons wel eens, maar eigenlijk is het ons ding niet. De anderen lijken er juist van te genieten. Menen ze dat nu echt? Lichtjes onzeker besluiten we om maar eerst even de oude Inca-hoofdstad te verkennen vooraleer we ons aan fietsen wagen.

zicht op Cuzco

zicht op Cuzco

En daar nemen we lekker de tijd voor, want in Cuzco valt veel te zien. Onze fietsvrienden malen hun kilometers al gretig bij elkaar terwijl wij nog aan het ronddwalen zijn in de smalle straatjes van het historische centrum. In een vlaag van cultuurhonger schaffen we bovendien een combiticket aan dat ons toegang verschaft tot verschillende musea en archeologische sites. Dat houdt ons wel even zoet. En ondertussen raken we gewend aan de hoogte, tenminste, dat hopen we maar. Cuzco ligt nl. op 3.400 m, en dat voelen we: bovenaan de trap staan we naar adem te happen. Hoe gaan we in godsnaam die Andes bedwingen?

koloniaal huis met versierde balkons

koloniaal huis met versierde balkons

kleurrijk bloemenstalletje

kleurrijk bloemenstalletje

We testen het uit tijdens een rondje door de Heilige Vallei van de Inca’s, waarbij een eerste etappe ons naar Pisac brengt, op amper 35 km van Cuzco. Met een file claxonnerende chauffeurs achter ons klimmen we de stad uit. Ettelijke puffende kilometertjes later verzoenen we ons maar al te graag met een superlange afdaling. Dat onderdeel is voorlopig favoriet. Maar wie de Inca-site van Pisac wil zien, moet opnieuw de hoogte in, te voet dan. Langs landbouwterrassen en oude stenen trappen komen we bij de ruïnes van forten en tempels. Beneden ons stroomt de Urubambarivier.

ruïnes van Pisac

ruïnes van Pisac

naar de Heilige Vallei van de Inca’s

naar de Heilige Vallei van de Inca’s

Inca-kasseien in Ollantaytambo

Inca-kasseien in Ollantaytambo

In Ollantaytambo worden we al op de fiets verwelkomd door stenen uit het Inca-tijdperk: een weg die aangelegd is met wat voor kasseien moet doorgaan, doet ons afstappen. Later trekken we opnieuw onze wandelschoenen aan om enkele strategisch gelegen archeologische vindplaatsen te verkennen. Allemaal voorsmaakjes van dé site der sites: Machu Picchu. De bekende foto die we al zo dikwijls hebben gezien, wordt daarmee opeens echt. En de honderden toeristen, gewapend met selfie-sticks, ook. Die nemen we er maar bij. In onze verbeelding laten we de vergane stad weer tot leven komen. En ook de ligging is fantastisch: onvoorstelbaar hoe die Inca’s tussen al die steile bergen een hele gemeenschap draaiende wisten te houden.

Ollantaytambo

Ollantaytambo

dé site der sites: Machu Picchu

dé site der sites: Machu Picchu

En zo zijn we na 2 weken Peru nog geen meter zuidelijker geraakt. Wanneer we voor de tweede keer uit Cuzco vertrekken, verlaten we de stad echter definitief. Ondertussen zijn we gewend aan de hoogte en het fietsen gaat een stuk beter, ook bergop. Ons fietsersgeluk is echter wankel. Op de route die we uitkozen, wonen meer mensen dan verwacht en er is ook nogal wat verkeer. Dat drukt de pret. Bovendien heeft iedere familie een waakhond, ook al zijn ze arm en valt er eigenlijk niets te bewaken. Niet iedere viervoeter blijkt even bloeddorstig, maar er zijn er genoeg die dat wel zijn. Wanneer ze op ons afstormen is dat niet om te spelen. Goed gewaarschuwd door bezorgde fietsvrienden, zijn we voorbereid en hebben we onze geheime wapens in de aanslag: fluitjes. De truc is om die blaffende en grommende loebassen zó dicht te laten komen dat ze net niet in je kuiten hangen, en dan plots volop aan het fluiten te slaan. Het vereist stalen zenuwen en een flinke dosis adem, maar het werkt. Zelfs de meest gemene honden worden erdoor uit hun lood geslagen en druipen uiteindelijk af. We zijn blij dat we die gruwels op zo’n eenvoudige manier van ons af kunnen houden, maar het zijn toch vooral momenten van stress die een fietsreis niet leuker maken.

vertrek uit Cuzco

vertrek uit Cuzco

we zijn boven!

we zijn boven!

In Juliaca plannen we een stop in het ‘casa de ciclista’ van Warmshowers-host Geovanni – opnieuw een trefpunt voor fietsers. Nadat we meer dan een uur hebben staan koukleumen voor een gesloten deur, worden we door onze gastheer meegetroond naar een binnenplaats, waar alvast onze fietsen een plaats krijgen. De hond die zijn poot opheft in de richting van Dirks fiets en tassen, mikt er gelukkig naast. Geovanni roept ons binnen en wijst op een hoop rommel: onze slaapplaats. Nadat we zelf even hebben opgeruimd en een berg vuil en stof hebben opgeveegd, mogen we op die plek een vieze éénpersoonmatras leggen om op te slapen. Ik ben helemaal klaar om het gewoon weer af te bollen, maar Dirk is in een avontuurlijke stemming en wil blijven. Het is ondertussen ook al laat geworden, dus wat doe je dan? Onze thermarestmatjes passen mooi op de afgeleefde matras, dus dat lijkt min of meer opgelost. Aan douchen wagen we ons uit hygiënische overwegingen maar niet. Zo houden we het net één lange nacht vol. Want mijn verjaardag komt eraan, en die wil ik liefst niet in dit hol vieren. Want ook al is Geovanni zelf best te pruimen, het is veruit onze meest verschrikkelijke Warmshowers-ervaring ooit.

casa de ciclista in Juliaca

casa de ciclista in Juliaca

Gezelligheid en gevoel voor wat mooi is, zijn niet meteen de grootste troeven van de Peruvianen. Want ook al komen we onderweg best schattige dorpjes tegen, met verkeersvrije pleinen en verzorgde bloemperkjes, er is veel vervuiling en viezigheid. Soms lijkt de berm één groot vuilnisbelt te zijn. Plastiek zakjes, luiers, petflessen, blikjes, oude schoenen, rot fruit, steenpuin, kadavers van aangereden honden: alles ligt daar maar te liggen en te stinken, zonder dat iemand zich er druk in maakt. Integendeel zelfs: mensen bouwen tussen al die rommel hun huizen, hoeden er schapen en brengen er hun kinderen groot. Het zijn taferelen die ons aan China doen denken, en dat is geen compliment.

problemen met afval?

problemen met afval?

Je leest dat we – wat fietsen betreft – niet meteen een gevleugelde start hebben genomen. Toch is het niet al kommer en kwel, meent Dirk. Ik moet echter eens diep nadenken vooraleer ik het een heel klein beetje met hem eens kan zijn. Maar inderdaad: onze route langs het Titicacameer zorgt hier en daar wel voor wat meer fietspret. En wanneer we een groepje flamingo’s zien, of eucalyptussen ruiken, dan levert dat een snippertje geluk op. Het is ook best gezellig wanneer we voor de lunch aanschuiven bij een vrolijk vrouwtje met lange, zwarte vlechten en haar met rijst en aardappelen gevulde soep opeten. Ook het hoofdgerecht, met opnieuw rijst en aardappelen, spelen we zonder morren smakelijk naar binnen.

vrolijk volk in de keuken

vrolijk volk in de keuken

flamingo’s op de altiplano

flamingo’s op de altiplano

langs het Titicacameer

langs het Titicacameer

Toch merken we dat onze motivatie voor het fietsen in deze contreien een flinke deuk heeft gekregen. We hebben meer goesting in wat gezelliger en bevattelijk avontuur. Daarom houdt onze tocht op in La Paz, enkele maanden en serieus wat kilometers eerder dan gedacht. Soms is het beter om ergens gewoon een punt achter te zetten, dan met voorzichtige komma’s verder te kabbelen. Wat we nu gaan doen met de tijd die ons nog rest? Wees maar gerust dat we leuke dingen gaan verzinnen.

Groetjes,

Bianca en Dirk

route: Cuzco – Pisac – Ollantaytambo – Santa Maria – Aguas Calientes – Machu Picchu – Cuzco – Sicuani – Ayaviri – Lampa – Juliaca – Puno – Juliaca – Capachica – Taraco – Huancané – Moho – Puerto Aosta – Ancoraimes – La Paz

gefietst: 831 km

platte banden: Dirk 0 – Bianca 0

slechte weg, mooi landschap

slechte weg, mooi landschap

zoutwinning in Maras

zoutwinning in Maras

Mieleke vindt een speelkameraadje

Mieleke vindt een speelkameraadje

naar Bolivia

naar Bolivia

Bourgondië

18 juni 2016 – 8 juli 2016

Het is best vreemd om een vliegtuigticket naar Cuzco, Peru, te boeken en diezelfde week naar Frankrijk af te zakken voor een fietstocht door Bourgondië. Maar omdat we zin hebben in een beetje vakantie voor we in september weer aan het reizen slaan, offeren we onszelf met plezier op om deze surrealistische opeenvolging in praktijk om te zetten.

langs het Canal de Bourgogne

langs het Canal de Bourgogne

fietsen door wijngaarden

fietsen door wijngaarden

‘Vakantie’ is zonder twijfel de juiste term om onze tocht langs kanalen en door wijngaarden te omschrijven. Staat een route langs waterwegen sowieso gelijk aan fietsen voor dummies, met de aanschaf van het routeboekje ‘Fietsen in Bourgondië’ van Luc Oteman doen we er nog een schepje bovenop. Dat we onze comfortzone niet uitmoeten, is daarmee verzekerd. Weg avontuur, welkom routebordjes en dagelijkse douche. Verprutsen kloeke fietsers hun tijd dan niet door te kiezen voor zo’n truttig toerke? In het fietserswereldje zijn de meningen daarover verdeeld. Een minderheid geeft schoorvoetend toe een beschaafd tripje best leuk vinden. Wie geteisterd wordt door een hoog testosterongehalte is echter niet weggeweest zonder afzien en kneuteren in woeste, onherbergzame gebieden, zoekend naar het onbekende en daarbij mateloos bereid zijn grenzen te verleggen. Een fietser moet lijden. Pas wanneer de oude dag is aangebroken, is het tijd voor lieflijke landschapjes en de veiligheid van het voorspelbare.
De Franse romantiek zindert nog na in onze gebronsde lijven wanneer we een dergelijk pleidooi moeten aanhoren. Ik overweeg om me zuchtend uit de voeten te maken en die gast alleen achter te laten met zijn vermoeiende zelf, maar dat tikkeltje sociale wenselijkheid waar ik het op die momenten van moet hebben, speelt net op tijd op. Want de vraag der vragen hangt in de lucht, en daar antwoord ik met plezier op: wat gaan wij doen wanneer we oud en versleten geen berg meer op geraken en de nog haalbare, makkelijke routes al hebben gefietst? Alles nog eens over doen misschien? Het antwoord der antwoorden: JA!

langs het Canal du Nivernais

langs het Canal du Nivernais

romantiek in Barbirey-sur-Ouche

romantiek in Barbirey-sur-Ouche

Bourgondië is wat ons betreft alles behalve een slechte keuze en verdient het om nog een keer naar terug te keren. Het mist dan wel het spectaculaire van de bergen, de verlatenheid van een noordse bestemming en de exotiek van Verweggistan, je vindt er een mooie mix van natuur en cultuur. De ondertitel van ons routeboekje is ook niet voor niets ‘Een cultuurhistorische fietsroute rond het hart van Bourgondië’. Naast makkelijk fietsen bezondigen wij ons dan ook uitgebreid aan slentertoerisme wanneer we middeleeuwse dorpjes bezoeken en rondhangen in kasteeltuinen en oude abdijen. Tijd verliezen in plantsoenen met artisjokken en rozemarijn verheffen we tot levenskunst en in onbruik geraakte wasplaatsen, de zogeheten ‘lavoirs’, zijn in vele gevallen evengoed een stop waard. Bovendien heeft Dirk er niet beter op gevonden om, fietsend langs de 3 kanalen die deze route met elkaar verbindt, bij iedere sluis het (voormalig) onderkomen van de sluiswachter op de gevoelige plaat vast te leggen. Dat resulteert telkens in een stop van minstens 2 minuten. Als je weet dat het Canal de Bourgogne aan elkaar wordt geregen door 189 sluizen, het Canal du Nivernais er 116 telt en het Canal du Centre er nog eens 60 bovenop doet, weet je dat we een tijdje hebben stilgestaan. Een totaal van maar liefst 365 sluizen levert ons dus minstens 12 uur en 10 minuten verspilling van tijd en jeugdige kracht op én een onoverzichtelijk grote hoeveelheid aan kiekjes. Dat we onze zoete vakantiedagen er zo dromerig en onefficiënt aan het doorjagen zijn, vieren we ’s avonds bij de tent met een glas lokaal vocht, afkomstig uit de glooiende wijngaarden rond Mâcon en Beaune, in het zuidoostelijk deel van de route.

volgende sluis, volgende fotostop

volgende sluis, volgende fotostop

naambordje van Écluse de Chatillon

naambordje van Écluse de Chatillon

aan Écluse de Rambourg

aan Écluse de Rambourg

Je vraagt je nu bijna af hoe we die 1.072 km dan toch nog op de teller hebben gekregen. Dat komt natuurlijk omdat fietsen een van de dingen is die wij bovenaards graag doen. De smalle jaagpaden en verkeersarme ‘voies vertes’ vormen dan ook een prima habitat voor diegenen die vergroeid zijn met hun stalen ros en een hekel hebben aan autoverkeer en moderne drukdoenerij. Want wat wij krijgen, is het gezang, gepiet en gekoer van allerhande vogels die vooral tijdens de eerste helft van de vakantie massaal het beste van zichzelf geven. Ook al verstoppen ze zich dikwijls frustrerend goed, we herkennen hen aan de deuntjes die ze fluiten en weten: daar zit een schuwe nachtegaal, ginder vliegt speels een groepje bijeneters, in die boomtop wordt een geelgors op de wind heen en weer gezwiept en daar zit een wielewaal in het verborgene opvallend geel te wezen.
Wanneer we na 3 weken weer thuis zijn, ligt daar het boek ‘Birds of Southern South America and Antarctica’ op ons te wachten. Want dat wordt dus onze volgende bestemming. Dan is het gedaan met lui vakantie vieren en moeten we zo nodig met have en goed die verdomd hoge Andes in. Hoe we dat gaan klaarspelen, lees je binnenkort.

wijsheid op de voie verte naar Cluny

wijsheid op de voie verte naar Cluny

Groetjes,

Bianca & Dirk

route: Lézinnes – Tonnerre – Saint-Florentin – Migennes – Auxerre – Vézelay – Corbigny – Decize – Digoin – Paray-le-Monial – Blanzy – Santenay – Chalon-sur-Saône – Cluny – Mâcon – Tournus – Chalon-sur-Saône – Santenay – Beaune – Dijon – Pouilly-en-Auxois – Semur-en-Auxois – Montbard – Lézinnes

gefietst: 1.072 km

platte banden: Dirk 0 – Bianca 1

op weg naar Vézelay

op weg naar Vézelay

brievenbus aan Écluse d'Argentenay

brievenbus aan Écluse d’Argentenay

oude markthal in Givry

oude markthal in Givry

moestuin van Château de Cormatin

moestuin van Château de Cormatin

torens van Cluny

torens van Cluny

wespenorchis langs het Canal de Bourgogne

wespenorchis langs het Canal de Bourgogne

abdij van Fontenay

abdij van Fontenay

kamperen in Volesvres

kamperen in Volesvres

Fosse Dionne in Tonnerre

Fosse Dionne in Tonnerre

Semur-en-Auxois

Semur-en-Auxois

Marokko, deel 3

20 februari 2016 – 24 maart 2016

Twee keer fietsen we in de regen: op de tweede etappe en op de voorlaatste. En alle dagen schijnt de zon. Niet dat het in Marokko nooit grijs en guur is; het kan er zelfs stevig winteren en vriezen dat het kraakt. Het is een goed idee om het weerbericht in de gaten te houden, zeker in de bergen, en om je plannen indien nodig aan te passen. Wie goed heeft opgelet, heeft ter hoogte van de Midden-Atlas een vreemde knik in onze route opgemerkt: een ommezwaai van formaat om aan de grillen van koning Winter te ontsnappen. Want er is sneeuw op komst, véél sneeuw.

Plan B voert ons opnieuw zuidwaarts en we komen op de N10 tussen Errachidia en Ouarzazate terecht: een klotebaan die ons ongetwijfeld een stuk minder fietsplezier oplevert dan de route door de bergen die we in gedachten hadden. Niet dat we ons nu vervelen. Omdat de focus wat minder op het fietsen zelf ligt, krijgen we meer oog voor andere dingen, en ontdekken we o.a. de vijf eeuwen oude, maar nog bewoonde ksar in Goulmima. Een ksar is een versterkt dorp in typisch Zuid-Marokkaanse stijl met lemen huizen en een labyrint van steegjes waarin je zonder twijfel verdwaalt. Vele ksars zijn vervallen, omdat leem de elementen nu eenmaal moeilijk doorstaat, maar in deze bruist het nog van leven en hangt de sfeer van weleer: ezels die balken, de geur van schapen, stof dat opstuift onder de voetstappen van een Berber in djellaba. Besluiten dat de manier van leven hier ook dateert van vijf eeuwen terug zou wat overdreven zijn, maar op wat smartphones en satelliet TVs na, zal dat niet veel schelen.

donker gangetje in de ksar

donker gangetje in de ksar

dorpje in de Hoge Atlas

dorpje in de Hoge Atlas

Nu ik dit schrijf bedenk ik dat in vele Marokkaanse dorpjes de tijd heeft stilgestaan, ksar of niet. Ezeltjes zijn nog steeds een geliefd transportmiddel, al is er hier en daar een gelukzak met een brommer. De huizen zijn basic en opgetrokken uit materiaal dat in de omgeving te vinden is. De bebouwing heeft daardoor dezelfde kleur en textuur als het landschap, en vormen samen een mooi geheel. Moskeeën zijn de enige uitzondering op die regel: het zijn fonkelnieuwe gebouwtjes uit beton, netjes bepleisterd, gewoonlijk geschilderd in zalmroze en voorzien van grote megafoons. Vijf keer per dag wordt in alle windrichtingen uitgeschreeuwd dat Allah almachtig is. Mannen sloffen dan naar de moskee om er te bidden, vrouwen doen dat alleen op vrijdag. Zij hebben hun handen vol met het huishouden en met het werk op het land: tapijten schrobben, tarwe spoelen, brood bakken in kleine houtgestookte oventjes of in zwartgeblakerde pannen, grote manden vol kruiden van rotsige bergflanken dragen, de was doen in grote ketels of aan een bronnetje in het dorp, water halen, hun groot uitgevallen kroost in het gareel houden, of dat toch proberen. Niet dat de mannen niet weten wat werken is: ze drijven handel, herstellen wegen en leggen er nieuwe aan, ze vallen toeristen lastig, zijn taxichauffeur of werken in de horeca. Anders dan de vrouwen heeft het mansvolkje echter af te rekenen met veel te veel vrije tijd. Op dode momenten maken ze simpelweg deel uit van het decor en hangen wat rond in het dorp, drinken thee met de boys of zitten gewoon wat te zitten; blik op oneindig en een met de kosmos. Maar hoe je het ook draait of keert – drukdoend of in zenmodus – mannen zijn uit het straatbeeld niet weg te denken. En hoe dikwijls ben ik de enige vrouw tussen al die snorren en tulbanden?! Wanneer je in de typische theesalons een vrouw aantreft, ga er dan maar van uit dat het een ontspoord of westers geval is dat haar plaats in de maatschappij niet kent. En het gebeurt meer dan eens dat zelfs de hele dorpskern gevuld is met alleen maar mannen. In grotere plaatsen ligt die verhouding anders, maar ook daar is het duidelijk wie de broek draagt en zijn de seksen gescheiden. Gezinnetjes in de speeltuin, bevriende koppels op uitstap, een man met zijn ‘gazelle’ flanerend door de straten: forget it. Om nog maar te zwijgen van tortelduifjes in het park.

hier wordt straks brood gebakken

hier wordt straks brood gebakken

terrasjes doen is een mannenzaak

terrasjes doen is een mannenzaak

Dirk heeft de brulaperige sfeer van mannen onder elkaar nooit erg leuk gevonden; ik daarentegen voel me prima tussen de meiskes. Mijn bezoek aan de hammam in Tinghir is wat dat betreft een topervaring. Niet goed wetend wat ik van een traditioneel badhuis op het platteland mag verwachten, trek ik er met mijn vermoeide lijf op uit. Mijn badpak heb ik opgevist uit de onderste regionen van mijn Ortliebs, maar langer dan een minuut of vijf zal ik dat ding niet aanhebben. Zijn de vrouwtjes in het openbaar van top tot teen onder verschillende lagen vormeloos textiel verstopt, in de hammam voelen ze zich poedelnaakt nog het best. En wie in een badhuis een bad had verwacht, kijkt ook verbaasd op: meer dan een paar kraantjes en wat plastieken teilen zijn hier niet te vinden. Mijn ingehuurde wasvrouw, al even naakt als de rest, doet me voor hoe het moet. Haar instructies volgend lig ik in allerlei houdingen op de warme vloer terwijl zij me met een zachte bruine zeep helemaal wast en daarna scrubt. Met een ruwe handschoen – ik vraag me gelukkig slechts heel even af wanneer die voor het laatst gewassen is – rolt ze dode huidcellen als sliertjes spaghetti van mijn lichaam. En deugd dat het doet! Haar ruwe wrijven masseert de vermoeidheid uit mijn spieren, en je kan er van op aan dat ze geen plekje overslaat: enkel aan die paar intieme vierkante centimetertjes waagt ze zich niet. En het moet gezegd: ik die mij al lang niet meer voor mijn blote flikker geneer, moet daarbij toch een kleine inspanning leveren om mijn persoonlijke grenzen bij te stellen. Tijdens het was- en scrubritueel leunt mijn wasvrouw met haar buik en grote borsten tegen mijn lichaam, trekt ze mij tegen zich aan terwijl ik allerlei ontspannen poses aanneem en plant ze haar duim op mijn tepels wanneer het scrubgevaar voor deze gevoelige zones dreigend dichtbij komt. Pierend door de stoomwolken die de hammam vullen, zie ik andere wasvrouwen hetzelfde doen, zie ik klanten hun schaamhaar bijwerken en plein publique en bedenk ik dat mijn hersenen gelukkig al een tijdje in avontuurlijke stand staan om deze hammamervaring tot diep in mijn poriën op te kunnen nemen.

op weg naar M’semrir

op weg naar M’semrir

Eens we van de N10 af zijn, wordt het fietsen weer leuk, zeker wanneer we de Hoge Atlas in rijden en we ons wagen aan de hoogste tizi’s (bergpassen) van het land. De wegen zijn ondertussen weer sneeuwvrij; de kale bomen verraden echter dat de lente nog pril is. We hebben de steenwoestijn achter ons gelaten en komen in een berglandschap terecht waar ceders en notelaars groeien en waar kleine dorpjes zich op de meest onmogelijke plaatsen tegen de rotsen hebben genesteld. Herders trekken met hun kuddes door het ruwe land. Ze zwaaien naar ons wanneer we voorbij fietsen en wij zwaaien terug. Er ging op deze tocht amper een dag voorbij dat we dat niet hebben gedaan. Zwaaien naar mens en dier werd zo’n beetje een hobby, zeg maar. We herkennen ondertussen maar al te goed het schaaps en het geits dat die kerels spreken met hun dieren, het geroffel van al die vele pootjes en de van de bergflank gerolde stenen wanneer er zo’n troep is gepasseerd. Af en toe vraagt een herder Dirk naar een sigaret. Verloren moeite uiteraard, en wij zijn weer een illusie rijker. Dachten we nog dat die vrije ziel net als wij de grootsheid van het landschap gretig in zich stond op te zuigen, de stilte omarmt als het kostbaarste goed op aard en tot in zijn kleine teen van de wind en de frisse lucht geniet, en wat blijkt: zijn gedachten zitten bij een ordinaire stinkstok.

bijna boven

bijna boven

de Dadeskloof op haar mooist

de Dadeskloof op haar mooist

picknick met panorama (en La vache qui rit)

picknick met panorama (en La vache qui rit)

pauze op de Tizi n’Test

pauze op de Tizi n’Test

Fietsen in de Hoge Atlas is een waar genot, al zijn de etappes best zwaar. Niets doet er vermoeden dat trekpleister Marrakech daar beneden aan de voet van het gebergte ligt te blinken met zijn bezige medina en zijn toeristen, klaar om bedrogen te worden door een sluwe commerçant. We zijn er geweest, in Marrakech: met de bus, omdat we geen zin hadden in druk stadsverkeer. En we genoten van de oude paleizen, van de hennakunstenaressen en van het bruisende plein met slangenbezweerders, muzikanten en ontelbare eettentjes. Maar fietsend op rustige wegen door de boerenbuiten voelen we ons toch het best in ons vel. We proberen het dan ook zo lang mogelijk vol te houden voor we eind maart vanuit Agadir terug naar huis vertrekken. En dat lukt ons goed. Dirk heeft door de jaren heen een goede neus voor landweggetjes ontwikkeld, en hij bewijst het ook deze keer weer. Vanuit een wereld van kleine kruidenierswinkeltjes en keuterboertjes donderen we pardoes het stadsgewemel van Agadir in. Het contrast kan niet groter zijn. En zo beëindigen we onze tocht waar we er bijna 4.000 kilometer geleden mee begonnen zijn.

minaret van de Koutoubia-moskee in Marrakech

minaret van de Koutoubia-moskee in Marrakech

kleur in de medina van Marrakech

kleur in de medina van Marrakech

samen onderweg

samen onderweg

Groetjes,

Bianca en Dirk

route: Tinghir – Boumalne Dades – M’semrir – Bou Tharar – El Kelâa M’Gouna – Skoura – Ouarzazate – Agdz – Tazenakht – Aït Ben Haddou – Ouarzazate – Marrakech (bus) – Ouarzazate (bus) – Toufghine – Demnate – Aït Ourir – Tahanaoute – Asni – Ouirgane – Ijoukak – Tizi n’Test – Taroudant – Agadir

gefietst: 1.229 km (totaal: 3901 km)

platte banden: Dirk 0 – Bianca 0

sierlijk henna

sierlijk henna

Kasbah Aït Abou in Skoura

Kasbah Aït Abou in Skoura

Whisky Berbère

Whisky Berbère

mooie piste naar Bou Tharar

mooie piste naar Bou Tharar

Berbermeisje in Ouarzazate

Berbermeisje in Ouarzazate

straatje binnen de stadsmuur van Taroudant

straatje binnen de stadsmuur van Taroudant

kamer met ellendig laag tafeltje en zonder bed

kamer met ellendig laag tafeltje en zonder bed

lang geleden: tentje in de mist

lang geleden: tentje in de mist